Min tot twintig

Je leert minsommen tot twintig, waarbij de tien blijft staan en je alleen de eenheden afhaalt.

Zo reken je het uit

  1. Laat de tien staan.
  2. Haal de eenheden van de eenheden af.
  3. Gaat er ook een 10 af, haal die dan van de tien af.

Een voorbeeld, uitgewerkt

18 − 5

  1. Laat de 10 van 18 staan.
  2. Haal de eenheden eraf: 8 − 5 = 3.
  3. Zet de 10 ervoor: 10 + 3 = 13.
Nog meer voorbeelden

17 − 4

  1. Laat de 10 van 17 staan.
  2. Haal de eenheden eraf: 7 − 4 = 3.
  3. Zet de 10 ervoor: 10 + 3 = 13.

15 − 12

  1. Haal de 10 van de 10 af: 10 − 10 = 0.
  2. Haal de eenheden van de eenheden af: 5 − 2 = 3.
  3. Dus 15 − 12 = 3.

Zelf proberen

  1. 18 − 5 =

  2. 16 − 10 =

Let op

  • Je haalt de tien ook weg als er alleen losse af gaan: bij 18 − 5 zeg je 3.

    De tien blijft staan als er alleen losse af gaan. Het antwoord is dan nog steeds meer dan 10.

Tips

  • Het tiental blijft staan: haal alleen van de eenheden af.

Uitzonderingen

  • Zijn er meer eenheden af te halen dan er zijn, zoals 12 − 5, dan ga je over het tiental. Gebruik dan Ga eerst naar tien.

Waarom het werkt

In 18 zitten een tien en 8 losse. Haal je er 5 af, dan komen die uit de losse: de tien blijft staan. Gaat er ook een 10 af, dan haal je die van de tien af en reken je verder met de losse.