Min tot tien

Je leert een minsom uitrekenen door aan de plus-som te denken die erbij hoort.

Zo reken je het uit

  1. Draai de min-som om tot een plus-som: 9 − 5 wordt 5 + ? = 9.
  2. Zoek wat er bij het kleine getal moet.
  3. Dat getal is je antwoord.
954

Een voorbeeld, uitgewerkt

9 − 5

  1. Draai het om: 5 + ? = 9.
  2. Er moet 4 bij, want 5 + 4 = 9.
  3. Dus 9 − 5 = 4.
Nog meer voorbeelden

8 − 3

  1. Draai het om: 3 + ? = 8.
  2. Er moet 5 bij, want 3 + 5 = 8.
  3. Dus 8 − 3 = 5.

10 − 7

  1. Draai het om: 7 + ? = 10.
  2. Er moet 3 bij, want 7 + 3 = 10.
  3. Dus 10 − 7 = 3.

7 − 2

  1. Draai het om: 2 + ? = 7.
  2. Er moet 5 bij, want 2 + 5 = 7.
  3. Dus 7 − 2 = 5.

Zelf proberen

  1. 7 − 2 =

  2. 9 − 6 =

Let op

  • Je telt de twee getallen op: bij 9 − 5 zeg je 14.

    Kijk naar het teken. Bij min wordt het antwoord kleiner dan het eerste getal.

Tips

  • Controleer je antwoord met plus: 9 − 5 = 4, want 5 + 4 = 9.
  • Je kunt ook vanaf het kleine getal doortellen naar het grote getal.

Waarom het werkt

Plus en min horen bij elkaar: 5 + 4 = 9 betekent ook 9 − 5 = 4. Plussommen tot tien ken je vaak al goed. Door de minsom om te draaien, gebruik je wat je al weet.