Plus tot duizend
Je leert plus en min tot duizend in ronde stappen, zodat je nooit met lastige getallen tegelijk rekent.
Zo reken je het uit
- Is alles rond, laat dan de nul weg: 460 + 80 wordt 46 + 8, en zet de nul terug.
- Reken je met een heel honderdtal, dan verandert alleen het honderdtal.
- Anders: doe eerst de tientallen, daarna de eenheden.
Een voorbeeld, uitgewerkt
460 + 80
- Alles is rond, dus laat de nul weg: 46 + 8 = 54.
- Zet de nul terug.
- Dus 460 + 80 = 540.
Nog meer voorbeelden
563 − 200
- Alleen het honderdtal verandert: 500 − 200 = 300.
- De 63 blijft staan: 300 + 63 = 363.
875 + 25
- Doe eerst de tientallen: 875 + 20 = 895.
- Doe daarna de eenheden: 895 + 5 = 900.
Zelf proberen
454 + 200 =
250 + 750 =
Let op
Je vergeet de nul terug te zetten: bij 460 + 80 zeg je 54.
Kijk hoe groot de getallen zijn. Een antwoord van 54 kan niet als je al met 460 begint.
Tips
- Een rond getal rekent als een klein getal: 460 + 80 is net als 46 + 8.
- Splits een getal als 25 in 20 en 5, dan zijn het twee makkelijke stappen.
Uitzonderingen
- Gaat een sprong over het honderdtal heen, zoals 875 + 25, dan helpt het om eerst naar 900 te springen.
Waarom het werkt
Ronde getallen reken je als kleine getallen: 460 + 80 is net als 46 + 8, met een 0 erachter. Bij een heel honderdtal verandert alleen het cijfer van de honderden. En een getal als 25 doe je in twee stappen: eerst 20, dan 5.