Terugrekenen tot tien
Je leert hoeveel je van een getal tussen 10 en 20 afhaalt om precies op tien te komen.
Zo reken je het uit
- Splits het getal in een tien en de losse: 16 is 10 en 6.
- Haal de losse eraf.
- Dan sta je precies op tien.
Een voorbeeld, uitgewerkt
16 − _ = 10
- Splits 16 in 10 en 6.
- Haal de 6 losse eraf.
- Dus 16 − 6 = 10.
Nog meer voorbeelden
13 − _ = 10
- Splits 13 in 10 en 3.
- Haal de 3 losse eraf.
- Dus 13 − 3 = 10.
19 − _ = 10
- Splits 19 in 10 en 9.
- Haal de 9 losse eraf.
- Dus 19 − 9 = 10.
Zelf proberen
14 − • = 10
18 − • = 10
Let op
Je haalt er 10 af, omdat je op tien wilt uitkomen: bij 16 − _ = 10 zeg je 10.
Tien is waar je uitkomt, niet wat je eraf haalt. Wat eraf gaat, zijn de losse achter de 1.
Tips
- Kijk alleen naar het cijfer achter de 1: zoveel haal je eraf.
Uitzonderingen
- Staat er 10 − _ = 10, dan haal je niets eraf.
Waarom het werkt
Een getal als 16 is een tien en 6 losse. Haal je de losse eraf, dan blijft de tien over. Dat heb je nodig bij min over de tien: 16 − 9 doe je als 16 − 6 − 3.