Min over de tien

Je leert minsommen over de tien heen, door eerst terug te gaan naar precies tien.

Zo reken je het uit

  1. Splits het tweede getal zo dat je precies op tien uitkomt.
  2. Haal eerst af tot tien.
  3. Haal daarna de rest eraf.

Een voorbeeld, uitgewerkt

15 − 7

  1. Splits 7 in 5 en 2, want 15 − 5 = 10.
  2. Haal eerst 5 eraf: 10.
  3. Haal daarna de 2 eraf: 10 − 2 = 8.
Nog meer voorbeelden

13 − 8

  1. Splits 8 in 3 en 5, want 13 − 3 = 10.
  2. Haal eerst 3 eraf: 10.
  3. Haal daarna de 5 eraf: 10 − 5 = 5.

12 − 4

  1. Splits 4 in 2 en 2, want 12 − 2 = 10.
  2. Haal eerst 2 eraf: 10.
  3. Haal daarna de andere 2 eraf: 10 − 2 = 8.

Zelf proberen

  1. 15 − 7 =

  2. 17 − 8 =

Let op

  • Je draait de eenheden om: bij 13 − 8 doe je 8 − 3 = 5 en zeg je 15.

    Bij min haal je het tweede getal van het eerste af. Ga eerst terug naar 10, dan kan het altijd.

Tips

  • Kijk naar de losse van het getal waar je mee begint: die haal je eerst eraf.
  • Controleer met plus: 8 + 7 = 15, dus 15 − 7 = 8.

Waarom het werkt

Van een getal als 15 kom je makkelijk terug op tien: haal de 5 losse eraf. Daarna is aftrekken van 10 ook niet moeilijk. Zo wordt 15 − 7 twee kleine stappen: 15 − 5 en 10 − 2.