Splitsen tot twintig

Je leert dat elk getal van 11 tot 19 bestaat uit een tien en wat losse.

Zo reken je het uit

  1. Splits het getal in een tien en de losse: 14 is 10 en 4.
  2. Kijk welk stuk er al staat.
  3. Het andere stuk is je antwoord.
14104

Een voorbeeld, uitgewerkt

10 + _ = 14

  1. Splits 14 in 10 en 4.
  2. De 10 staat er al.
  3. Het stuk dat ontbreekt is 4, dus 10 + 4 = 14.
Nog meer voorbeelden

6 + _ = 16

  1. Splits 16 in 10 en 6.
  2. De 6 staat er al.
  3. Het stuk dat ontbreekt is 10, dus 6 + 10 = 16.

10 + _ = 19

  1. Splits 19 in 10 en 9.
  2. De 10 staat er al.
  3. Het stuk dat ontbreekt is 9, dus 10 + 9 = 19.

10 + _ = 12

  1. Splits 12 in 10 en 2.
  2. De 10 staat er al.
  3. Het stuk dat ontbreekt is 2, dus 10 + 2 = 12.

Zelf proberen

  1. 10 + • = 12

  2. 7 + • = 17

Let op

  • Je telt bij 6 + _ = 16 van 6 naar 16 en komt uit op 9 of 11.

    Kijk naar het getal: 16 is 10 en 6. Staat de 6 er al, dan moet de 10 erbij. Tellen hoeft niet.

Tips

  • Kijk alleen naar het laatste cijfer: dat zijn de losse.
  • Leer de rij van 10 + 1 tot 10 + 9 uit je hoofd.

Waarom het werkt

In 14 zie je het al: de 1 is een tien en de 4 zijn de losse. Weet je dat, dan hoef je niet te tellen. Dit heb je straks nodig bij sommen als 8 + 6, waar je over de tien heen gaat.