Plus over het tiental

Je leert plus en min over een tiental heen, door eerst naar het tiental te springen.

Zo reken je het uit

  1. Splits het tweede getal zo dat je precies op een tiental uitkomt.
  2. Spring eerst naar dat tiental.
  3. Spring daarna met de rest verder.

Een voorbeeld, uitgewerkt

76 + 8

  1. Splits 8 in 4 en 4, want 76 + 4 = 80.
  2. Spring naar 80.
  3. Spring met de rest verder: 80 + 4 = 84.
Nog meer voorbeelden

56 − 8

  1. Splits 8 in 6 en 2, want 56 − 6 = 50.
  2. Spring naar 50.
  3. Spring met de rest verder: 50 − 2 = 48.

47 + 5

  1. Splits 5 in 3 en 2, want 47 + 3 = 50.
  2. Spring naar 50.
  3. Spring met de rest verder: 50 + 2 = 52.

Zelf proberen

  1. 37 + 9 =

  2. 35 + 9 =

Let op

  • Je vergeet dat je over het tiental gaat: bij 76 + 8 zeg je 74.

    Je komt voorbij de 80, dus het tiental wordt één hoger: het antwoord begint met een 8.

  • Bij 56 − 8 doe je 8 − 6 = 2 en zeg je 52.

    Je kunt 8 niet van 6 afhalen. Spring eerst terug naar 50, en haal daarna de rest eraf.

Tips

  • Splits het getal dat erbij komt zo, dat je precies op het tiental uitkomt.
  • Teken de sprongen op een getallenlijn als je het niet ziet.

Uitzonderingen

  • Gaat het niet over het tiental, zoals 71 + 5, dan hoef je niet te splitsen: tel gewoon de eenheden op.

Waarom het werkt

Bij 76 + 8 ga je over de 80 heen. Door eerst naar 80 te springen, maak je van één lastige stap twee makkelijke: 76 + 4 en 80 + 4. Bij min werkt het net zo, alleen dan terug naar het tiental.