Splitsen tot tien

Je leert hoeveel er nog bij moet om van een klein getal bij een groter getal te komen.

Zo reken je het uit

  1. Begin bij het getal dat je al hebt.
  2. Tel door tot het grote getal.
  3. Het aantal tellen is wat er nog bij moet.
835

Een voorbeeld, uitgewerkt

3 + _ = 8

  1. Begin bij 3.
  2. Tel door tot 8: 4, 5, 6, 7, 8.
  3. Je telde 5 keer, dus 3 + 5 = 8.
Nog meer voorbeelden

4 + _ = 7

  1. Begin bij 4.
  2. Tel door tot 7: 5, 6, 7.
  3. Je telde 3 keer, dus 4 + 3 = 7.

2 + _ = 9

  1. Begin bij 2.
  2. Tel door tot 9: 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9.
  3. Je telde 7 keer, dus 2 + 7 = 9.

5 + _ = 9

  1. Begin bij 5.
  2. Tel door tot 9: 6, 7, 8, 9.
  3. Je telde 4 keer, dus 5 + 4 = 9.

Zelf proberen

  1. 1 + • = 9

  2. 4 + • = 9

Let op

  • Je telt het getal waar je begint mee: bij 3 + _ = 8 tel je 3, 4, 5, 6, 7, 8 en kom je op 6.

    Begin te tellen bij het getal ná 3. De 3 heb je al.

Tips

  • Tel door op je vingers: elk getal dat je zegt is één vinger.
  • Controleer met plus: 3 + 5 = 8, dus het klopt.

Waarom het werkt

Een getal kun je op veel manieren in twee stukken splitsen: 8 is 3 en 5, maar ook 6 en 2. Door vanaf het kleine stuk door te tellen, vind je altijd het andere stuk. Hoe vaker je het doet, hoe sneller je het paartje gewoon weet.