Splitsen tot tien
Je leert hoeveel er nog bij moet om van een klein getal bij een groter getal te komen.
Zo reken je het uit
- Begin bij het getal dat je al hebt.
- Tel door tot het grote getal.
- Het aantal tellen is wat er nog bij moet.
Een voorbeeld, uitgewerkt
3 + _ = 8
- Begin bij 3.
- Tel door tot 8: 4, 5, 6, 7, 8.
- Je telde 5 keer, dus 3 + 5 = 8.
Nog meer voorbeelden
4 + _ = 7
- Begin bij 4.
- Tel door tot 7: 5, 6, 7.
- Je telde 3 keer, dus 4 + 3 = 7.
2 + _ = 9
- Begin bij 2.
- Tel door tot 9: 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9.
- Je telde 7 keer, dus 2 + 7 = 9.
5 + _ = 9
- Begin bij 5.
- Tel door tot 9: 6, 7, 8, 9.
- Je telde 4 keer, dus 5 + 4 = 9.
Zelf proberen
1 + • = 9
4 + • = 9
Let op
Je telt het getal waar je begint mee: bij 3 + _ = 8 tel je 3, 4, 5, 6, 7, 8 en kom je op 6.
Begin te tellen bij het getal ná 3. De 3 heb je al.
Tips
- Tel door op je vingers: elk getal dat je zegt is één vinger.
- Controleer met plus: 3 + 5 = 8, dus het klopt.
Waarom het werkt
Een getal kun je op veel manieren in twee stukken splitsen: 8 is 3 en 5, maar ook 6 en 2. Door vanaf het kleine stuk door te tellen, vind je altijd het andere stuk. Hoe vaker je het doet, hoe sneller je het paartje gewoon weet.