Alles

Oefen deze leerlijn

  1. 1Alle spellingVan kort-of-lang tot de sterke werkwoorden — alles door elkaar.
    • Hak het woord in klanken
    • Ng of nk?
    • Aai, ooi of oei?
    • Eer, oor of eur?
    • Eeuw, ieuw of uw?
    • Kalender- en tijdwoorden
    • Eén of twee medeklinkers?
    • Verkleinwoorden: -je, -tje of -pje
    • Eindigt het op d of t?
    • Eindigt het op b of p?
    • Eindigt het op f of v, s of z?
    • Achtervoegsel -ing
    • Ei of ij?
    • Au of ou?
    • G of ch?
    • Be-, ge-, ver- of ont-?
    • Verkleinwoorden: -etje of -kje
    • Cht of gt?
    • Woorden met een x
    • Samenstellingen en koppeltekens
    • De c: als s of als k?
    • De i die als ie klinkt
    • Meervoud met 's
    • Eindigt het op -tie?
    • Woorden uit een andere taal
    • De Griekse y
    • Woorden met th
    • Uitgangen -age en -teit
    • Franse leenwoorden: -eau en -air
    • Klankgelijke weetwoorden (homofonen)
    • Eindigt het op -heid?
    • Samenstellingen met tussen-n
    • De klank die je hoort maar niet schrijft
    • Woorden op -eren, -elen of -enen
    • Meervoud met onbeklemtoonde slotlettergreep
    • Samenstellingen met tussen-s
    • Het trema
    • Meervoud met trema: -ieën of -eeën
    • Het koppelteken
    • -ig of -lijk?
    • Eindigt het op -isch?
    • Eindigt het op -te of -de?
    • Waar is het van gemaakt?
    • De j en de w die je niet schrijft
    • Klassieke uitgangen: -iaal, -ueel, -ium
    • Samenstellingen met tussen-e
    • Tegenwoordige tijd: ik-vorm
    • Tegenwoordige tijd: hij, zij, het
    • De dt-regel
    • Jij achter het werkwoord
    • Verleden tijd: 't kofschip
    • Voltooid deelwoord: -t of -d
    • Voltooid deelwoord of tegenwoordige tijd?
    • Sterke werkwoorden: verleden tijd
    • Sterke werkwoorden: voltooid deelwoord
    • De gebiedende wijs
    • Het tegenwoordig deelwoord
    • Bijvoeglijk gebruikt voltooid deelwoord
    • Werkwoorden met be-, ge-, ver-
    Uitleg: Hak het woord in klanken · Luister of er een k in zit · Luister naar de klinker vóór de i · Rek de klank vóór de r uit · Luister naar de klank vóór de w · Dagen, maanden en seizoenen met kleine letter · Hak in stukjes en luister naar de klank · Luister naar de laatste klank · Maak het woord langer · Verleng het, en schrijf dan f of s · Je hoort -ing, je schrijft -ing · Ei of ij: onthoud het plaatje · Au of ou: onthoud het plaatje · G of ch: onthoud het plaatje · De doffe e vooraan · Korte klank plus l, m, n of r · Is het een werkwoord? Dan gt, anders cht · Je hoort ks, maar schrijft een x · Plak de woorden aan elkaar · Kijk naar de letter erna · Eén letter voor een lange klank · Eindigt het op a, o, u, i of y? · Je hoort "sie", je schrijft -tie · Het klinkt anders dan het staat · Een i die als y geschreven wordt · Je hoort een t, je schrijft th · Je hoort "aazje", je schrijft -age · Je hoort "oo" of "èr", je schrijft Frans · Let op de betekenis van het woord · Kun je er meer dan één van hebben? · Hoor je er een u tussen? Die schrijf je niet · Twee keer een doffe e · Ligt de klemtoon vooraan? Niet verdubbelen · Hoor je een s ertussen? · Lees het woord hardop · Luister naar de klemtoon · Botsen de klinkers? · Twee doffe staarten · Je hoort "ies", je schrijft -isch · Het korte woord, plus -te of -de · Van welke stof is het gemaakt? · Tussen twee klinkers glipt er een klank naar binnen · Hoor de afzonderlijke klinkers · Wanneer schrijf je alleen een e en geen n? · De ik-vorm is de stam, zonder t · Hij, zij of het: stam + t, ook na een d · Staat jij erachter? Dan geen t · 't kofschip beslist: te of de · Zet ge- ervoor, en weer 't kofschip erachter · Staat er heb, heeft of is bij? Dan een deelwoord · Sterke werkwoorden veranderen van klank · Zet ge- ervoor en -en erachter · De gebiedende wijs is altijd de stam · Het hele werkwoord met een d erachter · Zo kort mogelijk schrijven · Laat je niet foppen door het voorvoegsel
    Vanaf groep 8 · 2360