Alles
Oefen deze leerlijn
- 1De hele leerlijnVan vrienden van tien tot delen met rest — alles.
- Vrienden van tien
- Splitsen tot tien
- Splitshuisjes tot 10
- Splitshuisjes en tienergetallen
- Buurgetallen en ronde getallen
- Sommenfamilies
- Splitsen tot twintig
- Terugrekenen tot tien
- Plus tot tien
- Rekenrek tot 10
- Rekenrek tot 20
- Bussommen: instappen
- Bussommen: uitstappen
- Min tot tien
- Verdwijnsommen en bijna-verdwijnsommen
- Dubbelen en helften
- Plus tot twintig
- Min tot twintig
- Plus over de tien
- Min over de tien
- Sprongen van tien en één
- Plus tot honderd
- Waarde van een cijfer
- Getallen opbouwen
- Getallen in cijfers schrijven
- Getallen in woorden schrijven
- Getallenlijn aflezen
- Staafdiagram aflezen
- Op de getallenlijn zetten
- Min tot honderd
- Aanvullen tot een tiental
- Aanvullen tot honderd
- Vleksommen met plus
- Vleksommen met min
- Plus over het tiental
- Min over het tiental
- Plus met tientallen én eenheden
- Handig rekenen met 9, 19, 29
- Min met tientallen én eenheden
- Tafel van 1
- Tafel van 2
- Herhaald optellen naar keer
- Tafelstrategie: 1× meer en 1× minder
- Tafel van 10
- Tafel van 5
- Tafel van 3
- Tafel van 4
- Tafel van 6
- Tafel van 7
- Tafel van 8
- Tafel van 9
- Vleksommen met keer
- Deeltafel van 2
- Deeltafel van 10
- Deeltafel van 5
- Deeltafel van 3
- Deeltafel van 4
- Deeltafel van 6
- Deeltafel van 7
- Deeltafel van 8
- Deeltafel van 9
- Plus tot duizend
- Min tot duizend
- Aanvullen tot duizend
- Rekenen met 25 en 50
- Verschil: doortellen
- Plus met grote getallen
- Min met grote getallen
- Waarde van een cijfer: grote getallen
- Afronden op tien, honderd, duizend
- Keer een groter getal
- Grote tafels
- Tientaltafels
- Sommen met nullen en de denkwolk
- Halveren en verdubbelen
- Keer en delen door 10, 100, 1000
- Delen met tientallen
- Delen door te splitsen
- Delen met rest
- Volgorde van bewerkingen
- Romeinse cijfers
- Kwadraten, wortels en machten
- Deelbaarheidskenmerken
- Priemgetallen tot 100
- Ontbinden in priemfactoren
- Negatieve getallen: plus en min
- Negatieve getallen: keer en delen
- Geld neerleggen
- Bedragen optellen
- Teruggeven van 5 en 10
- Prijs keer aantal
- Teruggeven van 20 en 50
- Breuken benoemen
- Breuken op de getallenlijn
- Breuk aanvullen tot 1
- Breukenstroken vergelijken
- Deel van een geheel
- Van een deel naar het geheel
- Breuken vereenvoudigen
- Breuk als procent
- Procent en kommagetal
- De viersprong: breuk, decimaal en procent
- Procent van een getal
- Hoeveel procent is het?
- Het gemiddelde berekenen
- Breuken optellen
- Breuken aftrekken
- Helen eruit halen
- Kommagetallen plus en min
- Waarde van een cijfer achter de komma
- Afronden op decimalen
- Kommagetallen keer
- Kommagetallen × en : 10, 100, 1000
- Breuk als kommagetal
- Lengtematen
- Inhoudsmaten
- Gewichtsmaten
- Welke maat past hierbij?
- Vierkante maten
- Hectare, are en m²
- Kubieke maten
- Tijd omrekenen
- Tijd met een komma
- Tijdzones en wereldtijd
- De maanden van het jaar
- De 24-uursklok
- Omtrek van een rechthoek
- Oppervlakte van een rechthoek
- Oppervlakte van een driehoek
- Inhoud van een balk
- Blokkenbouwsels tellen
- Omtrek van een cirkel
- Oppervlakte van een cirkel
- Cijferend optellen
- Cijferend aftrekken
- Cijferend keer één cijfer
- Cijferend vermenigvuldigen
- Kommagetallen onder elkaar
- Cijferend keer met grote getallen
- De staartdeling
- Staartdeling door twee cijfers
- Wat gebeurt er in het verhaal?
- Verhaalsommen: plus en min
- Verhaalsommen: keer en delen
- Verhaalsommen met maten
- Verhaalsommen met tijd
- Verhaalsommen met geld
- Verhaalsommen met verhoudingen
- Verhaalsommen in twee stappen
- Klok: hele en halve uren
- Klok: kwartieren
- Klok: op de minuut
- Klok zetten: hele en halve uren
- Klok zetten: kwartieren
- Klok zetten: op de minuut
- Hoe lang duurt het
- Hoe lang duurt het, op de minuut
- Verhoudingen vergelijken
- De verhoudingstabel invullen
- Verhaalsommen met een verhoudingstabel
- Prijs per kilo
- Wisselkoersen omrekenen
- Schaal op de kaart
- Combinaties tellen
- Snelheid, afstand en tijd
- m/s en km/uur
- Breuk, procent, kommagetal
- Breuken met ongelijke noemers
- Breuken vermenigvuldigen
- Delen door een breuk
- Korting berekenen
- Hoeveel procent korting?
- Oude prijs terugrekenen
- Btw en procent erbij
Uitleg: Samen tien · Hoeveel is er nog nodig? · Vrienden van 10 in het splitshuisje · Splitsen in twee kamers · Eén ervoor en één erna · Twee plussommen en twee minsommen · Boven tien is tien en nog wat · Hoeveel moet eraf voor tien? · Begin bij het grootste · Kijk naar de 5 rode en 5 witte kralen · Eerst de volle bovenste stang van 10 · Tellen wie er instapt · Tellen wie er uitstapt · Denk aan de plus-som · Alles of bijna alles eraf · Het dubbele weet je al · Tel bij het tiental · Haal van de eenheden af · Maak eerst tien · Ga eerst naar tien · Sprongen van tien en één · Tientallen en eenheden apart · Elk cijfer heeft zijn plek · Grote getallen in stukken · Eerst de honderden, dan de eenheden, dan de tientallen · Hoeveel is één streepje? · Lees de hoogte van de staaf af · Zoek eerst het getal ervoor · Aanvullen tot een rond getal · Reken terug vanaf de uitkomst · Vind het verschil of tel op · Eerst naar het tiental · Eerst de tientallen, dan de eenheden · Reken met het ronde getal, en zet het terug · Eerst de tientallen eraf · De ankertafels: 1, 2, 5 en 10 · Keer is herhaald optellen · Steunsommen: 1× meer of 1× minder · De andere tafels: bouw op wat je kent · Deel de uitkomst door het bekende getal · Delen is de tafel terugdraaien · Reken met ronde stappen · Denk in kwartjes en halven · Liggen ze dicht bij elkaar? Tel door · Rekenen met nullen · Kijk naar het cijfer rechts ervan · Hak het getal in tientallen en eenheden · Bouw op een tafel die je kent · Denk aan de kleine hulpsom in je hoofd · Het ene getal halveren, het andere verdubbelen · Hak het getal in stukken · Zoek de grootste die er nog in past · Haakjes, machten, keer en delen, dan plus en min · Romeinse cijfers: I, V, X, L, C, D, M · Machten en wortels · Handige deelbaarheidsregels · Alleen deelbaar door 1 en zichzelf · Ontbinden in priemfactoren · Loop over de getallenlijn · Twee dezelfde tekens is plus · Grootste eerst · Eerst de euro’s, dan de centen · Tel door tot het bedrag · Los keer, en dan samen · Breuken: de noemer zegt in hoeveel stukken · Aanvullen tot 1 hele · Hoe meer stukken, hoe kleiner elk stuk · Terug naar het hele · Deel boven en onder door hetzelfde · Procent: per honderd · Schakel tussen verhouding, breuk, decimaal en procent · Zet 100, 50, 25 en 10 procent op een rij · Maak er een breuk van, en dan per honderd · Optellen en delen door het aantal · Breuken met dezelfde noemer: plus en min · Hoeveel hele stukken passen erin? · Denk in honderdsten · Achter de komma: tienden, honderdsten, duizendsten · Kijk naar het volgende cijfer · Komma opzij, dan terug · Schuif de komma · Dezelfde strook, andere naam · De maattrap: elke stap is keer 10 · Zoek een maat die je kent, en vergelijk · Vierkante maten: elke stap is keer 100 · Bij kubieke maten is één stap duizend keer · Tijdmaten omrekenen · Tijdzones: vroeger naar het westen, later naar het oosten · Tel ze af op je knokkels · Boven de twaalf: haal er twaalf af · Loop één keer om de rand heen · Hoeveel vierkantjes passen erop? · Een driehoek is de helft van een rechthoek · Hoeveel kubusjes passen erin? · Tel de blokken per toren op · Twee keer de straal, keer π · Straal keer straal, keer π · Onder elkaar, en begin rechts · Onder elkaar, en leen als het niet kan · Van rechts naar links, en onthoud wat over de tien gaat · Twee regels, en de tweede begint met een nul · Komma onder komma · Een regel per cijfer, en elke regel een nul meer · Hap voor hap, van links naar rechts · Maak eerst een rijtje van de deler · Wat gebeurt er in het verhaal? · Lees eerst het verhaal, dan vijf stappen · Twee sommen achter elkaar · De klok lezen: heel, half en kwart · Op de minuut · De wijzers zetten: heel, half en kwart · Tel de minuten in stapjes van vijf · Eerst naar het hele uur, dan verder · Via het hele uur, ook op de minuut · Zoek de factor, en gebruik hem twee keer · Wat je boven doet, doe je onder ook · Zet het verhaal in de tabel · Reken terug naar 1 · Omrekenen met een wisselkoers · 1 cm op de kaart is ... in het echt · Aantal keuzes vermenigvuldigen · Hoe ver in 1 uur? · Keer 3,6 of gedeeld door 3,6 · Vier manieren om hetzelfde te zeggen · Maak de stukken eerst even groot · Teller keer teller, noemer keer noemer · Draai de tweede breuk om en doe keer · Hoeveel eraf, van hoeveel? · Terugrekenen naar 100% · Eerst 1%, of eerst 10%Vanaf groep 8 · 2060